CONCERTZAAK: Mechelen is duidelijk helemaal warm voor de The Hickey Underworld. De Club is volledig uitverkocht voor jullie show. Wat verwachten jullie zelf van het optreden komende donderdag?
Jimmy: 'Oh my, meteen een moeilijke vraag. (lacht) Wij verwachten sowieso een soort werelddominantie — maar dan in Mechelen bij de Maneblussers (lacht). We hebben intussen al een paar shows gespeeld met de nieuwe nummers en die worden goed gesmaakt. Het is nog altijd stevig, maar minder 'dom', zoals wij het zelf noemen. Minder gewoon rammen, en iets meer gesofistikeerd. En ja, ik heb zelf nog in Mechelen gewoond, dus ik weet hoe gesofistikeerd de Mechelaar is. (lacht) Ik denk dat het publiek dat wel gaat appreciëren. En hopelijk wordt het gewoon een toffe avond. Ik moedig mensen altijd aan om te dansen, dus ik hoop dat dat ook gebeurt — ook al is het een donderdag. Mensen overschatten zich dan toch en denken: “Dat overleven we morgen wel.” Vrijdag hebben ze misschien spijt, maar donderdagavond denkt niemand daaraan. Komt helemaal goed dus!'
Hebben jullie in jullie rijkgevulde carrière eigenlijk al in Mechelen gespeeld?
'Jawel, zeker. En ik heb er nog een leuke anekdote over. We speelden ooit op de Dijlefeesten, toen Tim Vanhamel nog bij ons speelde. Alleen kon hij er die dag niet bij zijn. Dus we hadden een vervanggitarist gevraagd die totaal niet op hem leek. Ik zat met Younes backstage en er kwamen mensen — zelfs journalisten — vragen: “Zijn de mannen van the Hickey Underworld er al? We zoeken Tim Vanhamel.” Uiteraard zijn wij dan verhalen beginnen verzinnen. (lacht) We hebben die gitarist ook gevraagd om zich op het podium wat te verstoppen, met een pet en zo. Hij deed ook totaal geen typische Tim Vanhamel-moves. Maar achteraf kregen we toch te horen: “Die Tim Vanhamel is toch een goeie gitarist.” (lacht)'
Meteen een mooi verhaal voor de Mechelse rockgeschiedenis. Heb je nog andere herinneringen aan Mechelen?
'Ja, in de periode dat de Hickey’s even stil lagen, had ik een ander projectje. Daarmee hebben we ooit gespeeld in De Zapoi. Ik herinner me het als een heel toffe plek met een zeer sympathieke jonge eigenaar. En een paar maanden geleden stonden we nog op de benefiet van Mind Your Head voor Gaza. Ook dat was heel fijn.'
Het was tien jaar geleden dat jullie nog een plaat maakten, tot Cold Sun vorig jaar uitkwam. Waarom heeft dat zo lang geduurd?
'Dat is met verschillende dingen begonnen. Jonas Govaerts, onze gitarist, kreeg op een bepaald moment zware gehoorproblemen. Niet gewoon tinnitus, maar iets complexer waar ze ook geen duidelijke oorzaak voor vonden. Voor hem werd repeteren en optreden eigenlijk onmogelijk. Dat veranderde de dynamiek in de band volledig.'
'Daarnaast had iedereen ook zijn eigen persoonlijke struggles. Er kwam een nieuwe dynamiek met Tim Vanhamel erbij, en zoals in elke groep — of dat nu op het werk is of in een band — beginnen er spanningen op te bouwen. Het was niet dat we constant ruzie hadden, maar de goesting was weg. Niemand deed het nog echt graag.'
'Op een bepaald moment hebben we dan echt een break genomen. We hadden elkaar even niet nodig. Iedereen was met zijn eigen dingen bezig.'
En hoe zijn jullie dan opnieuw samengekomen?
'Tijdens corona eigenlijk. Jonas organiseert elk jaar iets voor zijn verjaardag en toevallig waren we daar met z’n vieren. In het begin was het wat onwennig — “Ah, de mannen van de Hickey’s!” — maar we voelden ook dat de dingen wat geluwd waren. We waren ouder, rustiger.'
'We zijn dan voorzichtig opnieuw beginnen praten en uiteindelijk ook weer beginnen repeteren, zonder druk. Gewoon zien wat het gaf. En dat was eigenlijk verrassend. Die muscle memory van een menselijk lichaam is ongelooflijk. Sommige nummers speelde ik bijna automatisch, zonder erbij na te denken. Natuurlijk waren we roestig, maar het voelde tegelijkertijd ook vertrouwd.'
Was die groepsdynamiek er dan meteen weer?
'Ja, maar anders dan vroeger. We zijn nu veel eerlijker tegen elkaar. Niet bot of cru, maar wel duidelijker. Met meer respect voor elkaars proces.'
'Bij Cold Sun is dat heel duidelijk: zo’n 95% van de plaat is geschreven door Younes. Vroeger wou iedereen zijn zeg doen — “ik wil dat riffje”, “ik zie het zo” — en dat botste. Nu niet.'
'Mijn rol als drummer is duidelijker: ik moet de song beter maken, niet mijn ego doorduwen. En omdat Younes zelf ook een goeie drummer is, kunnen we daar goed over sparren. Het gaat nu veel meer over de muziek als ambacht. Niet over onszelf, maar over de songs en de beleving.'
Jullie comeback werd alleszins heel goed onthaald.
'Ja, en dat doet deugd. Maar ik denk ook dat die pauze gewoon nodig was. We hebben nu ook niet meer de ambitie om de hele wereld te veroveren — we willen enkel nog Mechelen veroveren.' (lacht)
Ik las in eerdere interview dat jullie in de beginperiode van The Hickey soms ook in bepaalde richtingen werden gestuurd. Hoe kijk je daar nu op terug?
'Dat klinkt dramatischer dan het was, maar we hadden gewoon weinig ervaring. Na de Rock Rally dachten we: “We zijn vertrokken.” Maar het duurde lang voor we een degelijk management hadden.'
'We hebben periodes gehad waarin we bijvoorbeeld wekenlang elke dinsdag in Londen speelden, omdat men zei: “Als je Engeland verovert, volgt de rest.” Maar dat was eigenlijk niet vol te houden — en vooral: het werkte niet. Als je een maand niet speelt, zijn ze je daar alweer vergeten.'
'Nu werken we veel kleinschaliger, met mensen die de band echt begrijpen. Dat voelt veel beter.'
Jullie overwinning in Humo's Rock Rally dateert van 2006. Hebben jullie de muziekwereld zien veranderen sindsdien?
'Absoluut. Vooral de impact van sociale media is gigantisch. Alles draait om algoritmes, streams, likes… Wij zijn daar niet zo mee bezig en willen dat ook niet geforceerd doen.'
'Maar het heeft wel gevolgen. Je raakt soms moeilijk op festivals omdat je niet genoeg streams hebt of niet “viraal” gaat op TikTok. Dat vind ik hallucinant. Vroeger had ik het gevoel dat kwaliteit vanzelf boven kwam drijven. Dat is nu minder evident.'
Wat is voor jou dan 'kwaliteit' in muziek?
'Dat is heel moeilijk objectief te maken. Wat voor de ene goed is, is voor de andere niks. Ik ga ook niet zeggen dat wij dé standaard zijn. Maar ik heb wel het gevoel dat er veel ruis is — dingen die vooral bestaan omdat ze geld opbrengen. En dat andere dingen daardoor ondergesneeuwd raken. Dat vind ik jammer.'
Zie je ook positieve evoluties?
'Zeker. Wat mij de laatste shows opvalt, is dat er weer veel jeugd komt kijken. Fans van vroeger nemen hun kinderen mee. Die zijn dan 14, 15 jaar en kopen platen, komen praten… dat is geweldig om te zien.'
'Ik denk dat alles in golven beweegt. We zijn misschien te ver doorgeschoten in dat digitale, maar ik heb het gevoel dat de slinger terug aan het keren is.'
