RAMAN. vormt op 10 januari in De Club één van de twee delen van de double bill met The Radar Station. Na zijn wervelende passage op Maanrock in 2023 gingen we met Simon van RAMAN. op de koffie voor een — wat later zou blijken — zeer boeiend gesprek over zijn nieuwe plaat, existentiële keuzes en het leven als muzikant na de pandemie.
RAMAN: 'Goh, verwachtingen vind ik altijd gevaarlijk. Ik weet niet zo goed wat ons te wachten staat daar bij jullie in Mechelen. Ik heb er in elk geval veel zin in. We spelen voor het eerst met de nieuwe band. Sylvester Vanbrom die meespeelt op onze nieuwe plaat is net vader geworden van een tweede kindje. Hij wordt daarom vervangen door Ruud Gielen. Samen met onze bassiste Kris Auman speelden zij al bij onder andere Strand Of Oaks.'
RAMAN: 'Goeie vraag, ik heb niet echt een tactiek of een plan. Ik heb een netwerk en ik weet wat voor mij belangrijk is bij de keuze van de muzikanten waarmee ik me omring. Ik vind het vooral belangrijk dat muzikanten mee input leveren en feedback geven op mijn songwriting. Als performer ben ik zelf wat chaotisch en dat weerspiegelt zich in mijn spel; ik laat graag los. Het gaat erom elkaar te leren kennen en een bepaalde vibe te vinden. Ik heb veel geluk met muzikanten als Kris, Sylvester en de nieuwe drummer Ruud. Het zijn uitstekende muzikanten die zich perfect kunnen inleven in wat ik wil, terwijl er tegelijkertijd een wisselwerking is waarbij zij ook hun eigen ding kunnen doen. We hopen met deze liveshow iets nieuws te creëren rond de bestaande songs.'
RAMAN: 'Dat was echt kicken. Het was relatief laat op een festival, op een apart podium, maar het plein stond vol en er hing een heel gezellige sfeer. Een vol plein in het donker, dat is perfect.'

RAMAN: 'Zoals ik al zei: verwachtingen zijn nooit goed, maar ik kan wel een richting meegeven aan de luisteraars natuurlijk (lacht). Een journalist omschreef het onlangs als 'heel warm', wat me verbaasde omdat ik mijn muziek zelf vaak associeer met melancholie en blues. Het is een mengeling geworden waar ik erg blij mee ben: een combinatie van een intiem, akoestisch aspect met een groots, rock-achtig geluid. Het was een hele bevalling waar ik echt mijn tijd voor heb genomen, maar de uiteindelijke opnames verliepen heel vlot. Ik ben blij dat ik muzikanten heb gevonden die de ‘merge’ tussen de akoestische en elektrische wereld wilden aangaan.'
RAMAN: 'Er wordt weleens gezegd dat een mens elke zeven jaar vernieuwt, dat je metabolisme dan verandert. Ik word in maart dertig en op je achtentwintigste begin je de dingen toch anders te zien; er komt meer existentiële diepgang bij kijken. Daarnaast zat de pandemie er natuurlijk tussen. Dat heeft me uitgedaagd om een eigen pad te zoeken. Na onze EP in 2019 ging het goed, we speelden toen, na het release concert in een uitverkochte Minardschouwburg in Gent, ook een eerste eigen show in de foyer van Het Depot en dat voelde geweldig. We hadden een stevige live set in handen en wilden direct nieuwe muziek maken, maar een week later ging alles op slot.'
RAMAN: 'De mentale impact van die periode was groot en zorgde binnen de toenmalige band voor verschillende reacties. Voor mij was de pandemie een soort natuurramp, maar het dwong me ook om naar binnen te gaan. Ik ben toen gaan mediteren om rust te vinden. Het was pijnlijk dat ik niet verder kon met wat ik had opgebouwd, maar het leerde me dat creëren tijd kost en dat je de uitkomst nooit volledig in de hand hebt. Ik ben toen los van de band verder gegaan met ervaren muzikanten en producers, waarbij ik blokkades moest weten te overwinnen door simpelweg te blijven creëren en te vertrouwen op het proces.'
RAMAN: 'Dat klopt, de context is volledig veranderd. Misschien moeten we daarom ook onze definitie van wat we als succesvol zien, verschuiven. Volgens mij is het nu interessanter om te focussen op wat we echt nodig hebben: verbinding en samenzijn. Dat moet de waardemeter zijn en niet het aantal luisteraars, de ticketstanden of het geld dat iets opbrengt. Het leven is te fragiel om elkaar niet te ontmoeten. Daarom moeten we opnieuw leren om naar concerten te gaan. En ondanks de economische druk die er vandaag ontegensprekelijk is, geloof ik in de noodzaak van creatie. Mensen hebben het nodig om geraakt te worden door een concert, of eender welke andere vorm van kunst; dat zorgt voor de verbinding die we anders missen. Verder moeten we ook denken aan de volgende generaties. Je moet geïnspireerd raken om muzikant te worden en dat gebeurt niet door alleen thuis te zitten, maar door naar clubs en jamsessies te gaan. We moeten ons niet te veel zorgen maken over de financiële kant of over de vraag of mensen over vijftien jaar nog gitaar willen spelen. Succes zit voor mij namelijk in het nastreven van iets dat jezelf voedt, in het geloof dat dat uiteindelijk ook de maatschappij voedt. We missen en onderschatten momenteel de nood aan menselijke waarden en ik heb het gevoel dat daar een verschuiving in komt.'
'De titel van mijn nieuwe plaat ‘I Do’ staat trouwens voor mij ook voor die verbinding. Het is een soort jawoord aan jezelf en aan datgene wat jou verbindt met de wereld.'